Netwerkconfiguratie
Standaard is het IP-adres van de gateway 192.168.1.51.
Open op een laptop die met de gateway is verbonden een webbrowser en ga naar het IP-adres van de gateway. Stel een vast IP-adres naar keuze in.

Opmerking: zorg dat uw computer zich in hetzelfde subnet als de gateway bevindt. Als u DHCP gebruikt en de netwerkbereiken verschillen, wijs uw computer tijdelijk een statisch IP-adres in het bereik 192.168.1.x toe. Nadat het IP-adres van de gateway is gewijzigd, kunt u de oorspronkelijke netwerkinstellingen herstellen.
AJAX-instellingen
- De AJAX-instellingen moeten op de pagina Ajax Config worden ingesteld.
- De Hub-ID bestaat uit 8 tekens en staat onderaan bij Hub status, onder de versie.

Opmerking: als u alleen zonebewaking en statusfeedback nodig hebt (eenrichtingscommunicatie), is deze stap optioneel.

- De partitiemodus moet overeenkomen met de AJAX-groepsmodus uit de Space-instellingen:

Modbus TCP-instellingen
- De Modbus TCP-interface is standaard ingeschakeld en vereist geen extra configuratie. De gateway werkt als Modbus TCP-server met de volgende vaste parameters:
| Parameter | Waarde |
|---|---|
| Protocol | Modbus TCP |
| TCP-poort | 502 |
| Unit-ID | 1 |
| Gelijktijdige verbindingen | 2 |
| Time-out bij inactiviteit | 60 seconden |
| Registertype | Alleen coils (bits) |
- Het aantal zones wordt ingesteld in de webinterface van de gateway. Zorg dat dit overeenkomt met de groepsconfiguratie in het AJAX-systeem.
Verificatie en ingebruikname
Controleer na de configuratie de werking:
- Controleer de leds op het frontpaneel: Network bevestigt Ethernet-connectiviteit; Connected bevestigt actieve communicatie met de AJAX Hub.
- Test zoneopdrachten: schrijf naar de zone-opdrachtcoils (0x0000–0x0007 of globale coils 0x0008–0x000A) en controleer of het AJAX-systeem reageert.
- Controleer zonestatussen: wijzig statussen in de AJAX-app en lees de statuscoils (0x000B–0x002E) om feedback te bevestigen.
- Test zonetriggers: activeer detectoren en controleer of de overeenkomstige Modbus-coils (0x002F–0x008E) worden bijgewerkt. Ze zijn alleen actief wanneer het systeem is ingeschakeld of als Always Active is ingesteld.
Gedrag van het inbraakalarm
De status Inbraakalarm wordt geactiveerd wanneer de partitie is ingeschakeld (gedeeltelijk of volledig) en een detector uit die groep een alarm meldt. De status wordt automatisch gereset wanneer de partitie wordt uitgeschakeld.